Drs A.J. (Ab) Crucq
Personalia:
Geboren: 17 september 1932
Overleden: 15 februari 2010
Jaar van aankomst:  1950
Studie: Geneeskunde
USR functies: Assessor N.C. 1954, Ab actis Senatus 1954/1955
Beroep: huisarts in ruste

Éminence grise
Welke reünist kent hem niet: de éminence grise, die tijdens de jaarlijkse nestorenlunch met ingehouden emotie de namen voorleest van hen die ons het afgelopen jaar ontvallen zijn!
Ab groeide op in een 'betere' buurt van Utrecht, waar zijn vader leraar L.O. was aan een christelijke lagere school en aan het christelijk gymnasium, en stamt uit een min of meer militaire traditie: zijn grootvader, vader en oudste broer waren, al dan niet beroepshalve, officier of onderofficier; hijzelf zou ruim een jaar lang als reserveofficierarts bij de veldartillerie dienen.

Novitiaat
Vanaf de derde klas gymnasium wist hij dat hij arts wilde worden.
Aanvankelijk ging zijn belangstelling uit naar het U.S.C., totdat zijn vader hem daarover kritisch onderhield en zijn oudere broer met zijn positieve ervaringen hem voor U.S.R. wist te winnen.
Achteraf had hij geen spijt van deze keuze: op U.S.R. kon hij zich veel meer ontwikkelen en was de sfeer aanzienlijk minder elitair. Bovendien maakte hij er eigenlijk voor het eerst kennis met meisjes, want de christelijke lagere school was in zijn tijd nog ongemengd, terwijl het gezin alleen maar uit jongens bestond en de meisjes op het Utrechtse Christelijk Gymnasium meer een curiositeit waren.
Als jonge noviet - hij had als 17-jarige slechts vijf jaar over zijn gymnasiumopleiding gedaan omdat de school in het laatste oorlogsjaar gesloten bleef - werd hij door de meisjesleden in de watten gelegd, al had je ook enkele kerels die uiterst hufterig tegenover hem deden; een 16-jarige toekomstige Abactis Senatus zou een jaar later nog veel meer door de meisjesleden onder handen genomen worden.
Het novitiaat leerde hem dat aanval de beste verdediging is, sindsdien laat hij zich door niemand meer de les lezen. Achteraf realiseert Ab zich dat het novitiaat van U.S.R. vooral ook educatief van aard was: veel USR novieten hadden van huis uit geen referenties aan de academische wereld, zodat het bijbrengen van mores nodig was.

U.S.R. verder
Zijn organisatietalent viel onmiddellijk op. Ten behoeve van de abituriënten produceerde hij enkele malen een voorlichtingsboekje namens de Federatie van Unitates en Bonden, waarvoor hij zelfs beloond is met het Lidmaatschap van Verdienste van de federatie.

Medisch dispuut Tetracholoi organiseerde in die tijd reizen o.a. naar Keulen en Parijs, op kosten van de farmaceutische industrie ... voor veel leden hun eerste buitenlandse reis!
Zoals de veterinairen kuikens 'sexen', zo hielp Ab mee aan de inenting tegen t.b.c. van medisch studenten (en aanverwant) in een programma van de Universitaire Gezondheidszorg. Naar aanleiding van een Tetracholoi-reis naar Parijs dacht hij het meest ideale vaccin ontdekt te hebben, waarover hij dan ook prompt op verzoek van de projectleider/longarts publiceerde in het universiteitsblad ... iets wat de medisch hoogleraren hem als tweedejaars aanvankelijk hoogst kwalijk namen.
Eenmaal per jaar verzorgde het dispuut Tetracholoi een souper voor de leden mèt aanhang en als gast een prominent medisch hoogleraar; alle gerechten werden op de menukaart pathologisch omschreven, zoals 'encefalomalie' voor een yoghurttoetje dat veel weg had van een verweekt stuk hersenweefsel.

Assessor-N.C. was Ab in 1954. Hijzelf omschrijft 'zijn' novitiaat als gezellig, waarbij hij vooral aandacht besteedde aan de opvang van de 'zwakke broeders'.

In datzelfde jaar trad hij als ab actis toe tot de Senaat Acherman. Samen met de Rector legde hij diverse kennismakingsbezoeken af aan plaatselijke en provinciale autoriteiten, maar na de zoveelste rederijkerskamer, muziekkapel of turnvereniging hield hij het eigenlijk wel voor gezien.
Bij de tienjarige herdenking van de Bevrijding stond hij zo goed als weg te waaien op het Domplein en deed de Ierse hutspot in de tuin van Tivoli inderdaad aan slechter tijden denken, maar de Academische Zitting 's middags met groot cortège - waarin ook de Senaat van U.S.R. meeliep - maakte de dag alsnog geslaagd.

Leden van Unitas moesten hun fiets in die tijd in de 'tuin' stallen, aan de achterkant van de kroeg via het groene poortje. Toen een oplettende agent een grote hoeveelheid fietsen aan het Lucas Bolwerk zag staan, zette hij de zijne tegen een lantaarnpaal, en verwittigde het S.B. van zijn constatering.
Dat nodigde hem daarop in de kroeg uit, onder de toezegging dat alle fietsen binnen een half uur verwijderd zouden zijn ... wat ook voor zijn dienstfiets bleek te gelden.

Toen de Senaat tussen de dies receptie en het galabal aan het S.B. vroeg Hem een eenvoudige maaltijd te bereiden en deze dat vertikte, werd het S.B. met onmiddellijke ingang geschorst, zonder dat de Senaat zich van de nasleep daarvan bewust was.

Ondanks eerdere verwachtingen bleek de 'Faculteitenkwestie' nog altijd niet opgelost.
Afgesproken was dat de Rector Senatus Veteranorum voorzitter van de Utrechtse Studenten Faculteiten zou zijn, tenzij een van de andere verenigingen aantoonbaar een betere voorzitter kon leveren.
De Rector van U.S.R. voldeed daar wel aan, maar toen hij met collega’s van andere verenigingen bezig was om een coup voor te bereiden, zette de corpsvergadering zijn eigen Rector af en verving hem alsnog door zijn illustere voorganger, die nu eenmaal een jaar lang bewezen had te voldoen!

Militaire dienst
Ter vervulling van de dienstplicht konden de medisch studenten (en aanverwant) hun eerste oefening en kaderopleiding tijdens de zomervakanties volbrengen.
Pas in militaire dienst kwam Ab voor het eerst in aanraking met een doorsnee van de Nederlandse bevolking, zo anders dan het beschutte bestaan van het gymnasium. In het Franse La Courtine, waar vele, grote militaire NAVO-oefeningen werden georganiseerd in de jaren vijftig en zestig, zette hij zich in voor verbetering van de hygiënische omstandigheden; het smerige water dat na onweersbuien in het hoogland in de waterleiding en zo ook in het voedsel belandde, leidde immers tot diverse maagdarmstoornissen. Na ruim een jaar verruilde hij het leger voor de huisartsenpraktijk, aanvankelijk enige jaren als waarnemend huisarts.

Huisarts
In 1963 vestigde hij zich in Nederhorst den Berg als apotheekhoudend huisarts.
Als enige arts in de gemeente werd hij tevens gemeentearts, belast o.a. met de keuring van gemeentepersoneel, het behandelen van mindervermogenden en het verrichten van lijkschouwingen.
Hij koos uitdrukkelijk voor een plattelandspraktijk omdat dat meer ruimte biedt voor het intermenselijk aspect. Aanvankelijk kostte het hem enige moeite, als alleenstaande de plaatselijke bevolking voor zich te winnen. Maar weldra genoot hij ieders respect omdat hij dag en nacht voor zijn patiënten klaar stond, met gemiddeld honderd bevallingen per jaar.
Als medisch adviseur had hij ook een grote invloed op de plaatselijke kruisvereniging, zoals het groene kruis. In 1984 werd hij medisch adviseur bij het C.B.R. in Rijswijk. Toen deze dienst tegen zijn advies in gedecentraliseerd werd, ging hij op 62-jarige leeftijd met de VUT.

Politiek
In Nederhorst den Berg was hij getuige van de oprichting van de plaatselijke afdeling van de V.V.D., waaraan hij later acht jaar als voorzitter leiding mocht geven. Opvallend was dat een groot aantal communisten - gelieerd aan de voormalige kolonie Walden - zich bij hem aansloten, uit onvrede met de belangenverstrengeling bij sommige christelijke politici.
De huidige Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland, Jan Franssen, heeft hij nog bijgestaan bij het verwerven van de kandidatuur voor het lidmaatschap van de Tweede Kamer. Zijn favoriete politicus is vanwege zijn durf en directheid Bolkestein.

Unitas nu
Zelf een gedegen organisator en gesteld op decente omgangsvormen voelt hij zich op de kroeg niet altijd even thuis: op momenten dat dat wel het geval zou moeten zijn, is zij allesbehalve schoon, en de voorzieningen zijn soms weinig op leden uit een ver verleden afgestemd.
Hij spreekt de hoop uit dat de eeuwfeestcommissie lering zal trekken uit het recente verleden, in het besef dat improviseren niet Unitas' sterkste eigenschap is.

Nestoren
Als voorzitter maakt Ab zich ernstig zorgen over de toekomst van de nestorenvereniging.
De aanwas van nieuwe zestigplussers stagneert al jaren, terwijl er ieder jaar wel een aantal nestoren overlijdt. Hij heeft zo zijn twijfels over de voortzetting van de jaarlijkse nestorenlunch.
Spreken we de hoop uit dat hij zich daarin bij uitzondering vergist!


Wim Merlijn & Pim Walenkamp

23 juli 2009