Drs R. (René) Gerritsen
Personalia:
Geboren: 9 september 1918
Jaar van aankomst:  1938
Studie: Nederlandse taal- en letterkunde
USR functies: Praeses Redactie U.S.R.-Boek 1941
Beroep: voormalig leraar-Nederlands

Militaire dienst
Ter vervulling van zijn militaire dienstplicht werd René onmiddellijk na afronding van zijn gymnasiumopleiding (1947) 'hospik' in Utrecht ... de laatste lichting die nog met zes maanden dacht te kunnen volstaan. Door de mobilisatie kwamen er later onverwacht nog tien maanden bij: daartoe werd hij gelegerd in Boskoop, waar hij o.a. zijn medestudenten-veterinairen in het paardenhospitaal mocht ondersteunen. Slapen deed hij te midden van de inmiddels buiten gebruik gestelde plantenkas in gebouw "Flora". Maakte de centrale verwarming de winterse nachten enigszins dragelijk, het hoge vochtigheidsgehalte zorgde het hele jaar door ook voor een minder gewenste zwerm muggen.

Nederlands
Afkomstig uit een docentenfamilie was hij in 1938 Nederlands gaan studeren met vier andere eerstejaars, onder wie drie U.V.S.V.'sters, die na drie maanden alweer vanwege hun huwelijk afhaakten. Je had slechts drie uur Nederlands per week van De Vooys (Nederlandse taal- èn letterkunde).
Had deze ordeproblemen doordat hij alles voorlas uit zijn beruchte "blauwe boekje", de hoogleraar Gotisch Van Hamel was voor de meeste studenten een raadsman en vertrouwenspersoon.
Bij hem thuis bevond zich een rijkgeschakeerde drankenkast, van waaruit hij menigeen kennis liet maken met de jenever (of naargelang de persoon iets verfijnders), met daarna soms een uiterst persoonlijk gesprek.
Middeleeuwse Geschiedenis werd gegeven door een Duitse professor, die zich inmiddels het Nederlands eigen gemaakt dacht te hebben; de studenten smeekten hem, zijn colleges in het Duits te blijven geven. Het standaardwerk van zijn collega-Nieuwe Geschiedenis Geyl, 'Geschiedenis van de Nederlandse stam', deed hij af als 'Ein Roman', al slaagde René juist bij hem door veelvuldig uit dit werk te citeren.

De Vooys werd opgevolgd door W.A.P. Smit (letterkunde) en Van Haeringen (taalkunde).Bij Van Haeringen stond parate feitenkennis centraal, aanvankelijk met teleurstellend resultaat. Toen René in zijn argeloosheid de pasbenoemde Smit overviel met de vraag hoeveel boeken hij moest lezen, flapte deze er zonder enige bedenking of doordachtheid uit: "Honderd!".
Was het wel of geen toeval dat hij afstudeerde juist in het jaar dat Smit in Zuid-Afrika verbleef?

U.S.R.
De keuze voor U.S.R. (1938) lag min of meer voor de hand, afkerig als hij was van kaalscheren, slaan met de vlakke hand of sexuele voorlichting in de vorm van bordeelbezoek ... zijn oom wist ervan.
Voor iemand die in militaire dienst was geweest had het novitiaat nauwelijks iets intimiderends. De zangles werd verzorgd door David Redeke, de sexuele voorlichting door Prof. Tenhaeff. Samen met een viertal mede-eerstejaars trad hij toe tot de jaarclub "Jumumeliphi", naar de eerste lettergreep van ieders studierichting: juridisch, muziek, medisch, literair en filosofisch (de toenmalige natuurwetenschappen omvattend).

Zoals zoveel studenten had hij het niet ècht breed. Een middelbare-schoolvriend had zich als USC'er een rok aangeschaft, hij een jacquet; op hoogtijdagen wisselden ze van outfit.
Met de U.S.T.V. speelde hij in "Onze stad" ("Our town") van Thorton Wilder, waarin de bewoners van het denkbeeldige plaatsje Grover's Corner over de jaren 1901, 1904 en 1913 gevolgd worden. Huisregisseur Ad Hooykaas hield van "breeduit" spelen: "God heeft ons het gebaar gegeven".

Vervolgens was hij in 1941 Praeses van het U.S.R.-Boek, met Tineke Sanders als Abactis. Voor het eerst sinds lang werd het boek aan de autoriteiten ter stede weer per koets aangeboden, en voor het eerst in de geschiedenis ook aan de Senaat van het U.S.C.
Alle Unitasleden kregen een week tevoren een kaartje met het verzoek op een bepaald tijdstip thuis te zijn om met enig decorum de jaarboekredactie te ontvangen.
Door bemiddeling van de U.V.S.V was de Faculteitenkwestie tussen U.S.R. en U.S.C. inmiddels beslecht, indachtig de wens van Koningin Wilhelmina dat de jongeren van Nederland zich "verdraagzaam en eendrachtig" zouden betonen.

Veterinairen en theologen waren het meest aktief op de kroeg, de laatsten wonnen veel bierestafettes. U.S.R. kende toentertijd nog opvallend veel ''Indo's'', studenten van Indische herkomst die in Utrecht Nederlands-Indisch recht kwamen studeren. Alléén op U.S.R. was deze kwalificatie vrij onschuldig, zoals we tegenwoordig nog van 'Limbo's' en 'Brabo's' spreken.

Toen René in alle rust aan zijn glaasje droge sherry wilde nippen samen met Tineke, werd hij door de binnenkomende Leo V. zo goed als weggekeken; hij begreep de boodschap, en was dus geen getuige van het historisch moment waarop Leo zijn Tineke zijn aanzoek deed.

Na 1945
1947 was het jaar van het "ethisch novitiaat". Tijdens het derde novitiaat van dat jaar leerde René als novieten-pa zijn latere vrouw Meino Reeders kennen. Een lid dat onder nazistische verwijzingen de novieten liet kikkeren werd eigenmachtig door hem de kroeg uitgetrapt.
Wie teveel gedronken had, werd in de Hell neergelegd met een emmer tussen z'n benen. Toen hij 's avonds laat novieten-ma Bé H. naar huis gebracht dacht te hebben, beweerde zij 's anderendaags dat zij hèm naar huis gebracht had.

Leraar-Nederlands
Als leerling van het Stedelijk Gymnasium in Nijmegen ging zijn voorkeur uit naar het vak Nederlands. Als zijn leraar te weinig lesstof had voorbereid, mocht hij zelfgekozen gedichten zoals van Paul van Ostayen voorlezen. Zijn eindexamenopstel ''Wonderkinderen'' begon met 'Wonderkinderen bestaan helaas', waarvoor hij prompt een negen kreeg. Gecommitteerde Overdiep deed tevergeefs een beroep op hem, in Groningen te komen studeren.

Als onbevoegd docent ging hij tijdens zijn studie al lesgeven, aanvankelijk volgens de nog niet gesubsidieerde methode-Montessori bij Herman Jordan in Zeist persoonlijk. Daarna volgden het Christelijk Lyceum in Zeist, het Montessori-lyceum in Amsterdam en van 1955 tot 1981 het Rijnlands Lyceum te Wassenaar. Onderwijsbanen lagen toen nog voor het oprapen, huizen niet. De burgemeester van Wassenaar vorderde echter een huis voor het echtpaar Gerritsen, dat ze later zelfs mochten kopen.

Met inachtneming van de U.S.R. zo kenmerkende gelijkwaardigheidsgedachte trad hij zijn leerlingen tegemoet. 'Jullie zijn vast veel slimmer dan ik, maar toevallig weet ik nèt iets meer van Nederlands'.

Et denique...
In 1996 bezorgde Iungit een bloemlezing uit oude jaarboeken, met als thema 'Verklonken' ... verwijzend naar een gedicht van René uit 1941.
Kleindochter Marloes is sinds 2008 lid van U.S.R.


Wim Merlijn, in samenwerking met Pim Walenkamp
16 mei 2009