Mr C.E.G. (Corry) van Oldenbeek-van Baalen
Personalia:
Geboren: 1 juli 1916 te Batavia, Nederlands- IndiŽ
Jaar van aankomst:  1935
Studie: Indisch recht te Utrecht
Qua Unitas: Strigwaf 1935, NC 1936, Ab Actis SB 1937-1938
Burg.staat: Gehuwd met mr. Karel van Oldenbeek (1915-1998) [1934]
Bijzonderheden:
 
 
Haar echtgenoot zat in de Senaat 1937-1938 en kreeg later
landelijke bekendheid als hoofdofficier van justitie i.v.m.
de beruchte Molukse treinkapingen in Drenthe in de jaren '70

Tempoe doeloe - mooi was die tijd!

IndiŽ verloren, rampspoed geboren
Haar ouders, afkomstig uit Utrecht, zijn in 1912 geŽmigreerd naar Nederlands-IndiŽ, als uw reporter over IndonesiŽ spreekt, wordt ze boos. Haar vader beheerde een behoorlijke meubelzaak annex groothandel. Hij zat tevens acht jaar in de Volksraad in IndiŽ, als een van de 25 Nederlanders uit heel Nederlands-IndiŽ. Deze Volksraad functioneerde als een soort Tweede Kamer van geheel Nederlands-IndiŽ. Die telde toen zestig leden. Zij was het tweede kind.

In Batavia bezocht Corry de chique meisjes HBS-B waar de later bekende auteur Hella Haasse twee klassen lager zat. Ook vooraanstaande inlandse families mochten hun kinderen - na ballotage- naar deze school sturen. Van 7.00 tot 13.00 uur gingen de leerlingen naar de middelbare school. Daarna gingen de kinderen thuis warm eten, waarna men een siŽsta hield. Corry moest erg wennen aan het feit dat er in Nederland geen siŽsta werd gehouden; het liefst ging ze na de colleges thuis rusten, opdat ze `s avonds op Symposion kon bijkomen.

Een van haar klasgenoten was een volle, voorname nicht van de sultan van Djokjakarta, die de exotische titel de Soesoehoenan van Solo tot Soerakarta en de mooie naam Paka Boewone X droeg. ( Toch wat anders dan de hoofden - inlandse zelfbestuurders - van Lebak uit de Max Havelaar van Multatuli). `Die adellijke "gravin" was een goede vriendin, een leuke meid vooral - we waren wel eens jaloers op haar. Echter, toen ze het HBSeindexamen had gehaald, werd ze prompt ongevraagd uitgehuwelijkt door oomlief aan Raden Aja, een andere sultan van een nabijgelegen kratoní.

IJskast
Deze kwieke, kordate dame gaat wat te drinken halen "uit de ijskast". "Pardon meneer," verbetert zij zichzelf, "Hier in Nederland moeten we natuurlijk gewoon koelkast zeggen; ijskasten hadden we in IndiŽ: echte kasten waar grote blokken ijs voor werden rond gebracht."

Batavia, de hoofdstad van Nederlands-IndiŽ (nu Djakarta, maar dat mag ik eigenlijk ook niet zeggen), was een uitgestrekte stad in de jaren dertig met weinig hoogbouw. Er waren twee HBSscholen. Corry ging naar de HBS van Carpentier Alting: "Behoorlijk openbaar en heel duur." Zij moest veertig minuten fietsen van huis naar school.

In 1927 kreeg ze in de Oost malaria - zo ernstig dat haar ouders haar naar het moederland lieten repatriŽren. Zo verloor ze twee schooljaren: voorjaar 1935 deed ze eindexamen. Vanwege de crisistijd werden de meisjes- en de jongens HBS te Batavia in 1934 samengevoegd: "daar moest ik wel even aan wennen!"

Luistervinken en bediendes
Op Koninginnedag - dat was tot 1948 op 31 augustus: de verjaardag van koningin Wilhelmina (1880-1962) - mochten alle nieuwe 18 jarigen uit de betere kringen zich presenteren op een debutantenbal bij de gouverneur-generaal op Buitenzorg. Na de officiŽle presentatie volgde een receptie met danspartij waar men elkaar kon ontmoeten - Corry is twee keer uitgenodigd voor zoín bal.

De eerste gouverneur-generaal die ze ontmoette, was jhr. mr. B.C. de Jonge (1875- 1958), de hoogste man in de Oost 1931-1936[1], een goede bekende van haar vader. De tweede gouverneur-generaal die ze leerde kennen, was jhr. mr. A.W.L. Tjarda van Starkenborgh Stachouwer (1888-1978); hij was de laatste gouverneur-generaal van Nederlands-IndiŽ (1936-1942, toen de Jappanners binnenvielen).

De vrouw van deze man deed haar best om de arme inlanders vooruit te helpen en om hen enige beschaving bij te brengen. Zo ging zij de kampongs in waar deze mensen woonden in eenvoudige huisjes van bamboe. Zij gaf opdracht om de rieten huisjes af te breken en ze liet vervolgens stenen huizen bouwen - met de beste bedoelingen analoog aan de ethische politiek die koningin Wilhelmina voorstond en de toen heersende moderne emancipatiegedachte[2]. De inheemsen waren er echter niet zo blij mee. Ze mochten immers uit veiligheidsoverwegingen niet meer in hun huizen koken (arang) op houtskool en: "in stenen huizen kunnen we de buren niet meer horen!"

Thuis in IndiŽ had de familie van Baalen zes full time bedienden. De leiding van het huishouden was in handen van `djongosí: de hoofdman die ook - een hele eer- het Nederlandse gezin (belanda) koffie en thee mocht inschenken. Hij begon elke dag om zes uur `s ochtends met zijn werkzaamheden en vertrok `s avonds als laatste. Om acht uur kwam Ďkokkieí, de baboe die eten ging kopen op de pasar dat vers uit de dessa kwam. Elke dag werd de was gedaan door Ďwassosí (de bedienden werden echt zo aangesproken); `beddosí, ook wel het `middenmeisjeí genoemd, maakte het huis schoon. De tuinman ontbrak, naast een all round baboe, ook niet. Elke dag waren zij volledig en druk bezig in en rond huize Van Baalen.

Schemering
Opvallende verschillen tussen de kolonie Nederlands-IndiŽ en het moederland Nederland waren er legio. Zo was het in Batavia `s ochtends meteen licht en `s avonds ineens donker, terwijl dat in Nederland (verder van de evenaar) veel trager ging.

Haar familie kwam uit Utrecht, dus de keuze qua stad was snel gemaakt. Qua studie was het ook niet zo moeilijk: ze wilde Indisch recht gaan studeren om zo orde, gezag en veiligheid in de gordel van smaragd te brengen. De keuze qua studentenvereniging was ook niet moeilijk, aangezien ze UVSV te ouderwets en veel te hiŽrarchisch vond. Haar oudere zus (1913) vertelde bovendien goede verhalen over Unitas: zij studeerde in Utrecht tandheelkunde en werd in 1931 lid: "zij was gek op jongens en kon goed leren." Uiteindelijk is zij getrouwd met een wat ouder lid van Unitas, die al tandarts was. Hij was geboren in 1891 en had de enerverende begintijd (1909-1915) nog meegemaakt toen Unitas S.R. werd opgericht (19 november 1911) als opvolger van Het Bond.

Studeren in Utrecht - van je familie moet je het maar hebben
Corry huurde bij de jongste broer van haar vader, Elias van Baalen, aan de Kromme Nieuwegracht een zit- slaapkamer met kost en inwoning. Elke maand maakte haar vader geld over, zodat ze oomlief de huur - maar liefst 70 gulden per maand in 1938 - contant kon betalen. Aangezien door de Duitse bezetting normaal betalingsverkeer niet meer mogelijk was, heeft ome Elias haar onverwachts de huur opgezegd: "Nu is er geen garantie dat je de huur kunt betalen." Toen vervolgens bleek dat oom een actieve NSBer was die graag gelaarsd en geŁniformeerd paradeerde met Musserts vrienden, was Corry blij dat ze daar weg was.

Ondertussen had ze wel dringend behoefte aan onderdak. Ergo, ze plaatste een spoed-advertentie: `studente met hond zoekt kamer.í Een aardige dame verhuurde haar het souterrain van haar woning aan de F.C.Dondersstraat voor slechts 10 gulden per maand: "een hond in huis vond ze wel een veilig idee."

Unitas: "Ik was meer een doener dan een prater."
In oktober 1935 werd ze samen met Lyda van der Burg - die kon heel goed zingen - lid van USR. In haar novitiaat ging het er gezellig aan toe. David (Daaf) Redeke, later huisarts te Utrecht, - in de jaren dertig de zangleraar en dť toonaangevende muzikale figuur op Symposion - was noviteiten-pa - mej. Hillen was novieten-ma. Deze noviteitenouders zorgden voor een samenbindende, geÔnteresseerde sfeer waarin wel goede gesprekken gevoerd moesten worden door de novieten met belangrijke ouderejaars zodat de nieuwelingen de USRgemeenschap goed leerden kennen. Sommige Unitasleden gaven handtekeningen weg alsof ze filmsterren waren - dat was natuurlijk ook weer niet de bedoeling. Was Daaf Redeke nadrukkelijk de muzikale motor (1934- 1941) op Unitas, op illustratief gebied was dat Wim Klaassen (USRlid vanaf 1932), die als humoristische sneltekenaar menig USRlid en collegium vereeuwigd heeft op het papier[3].

Samen met Hetty Hiersch - studente farmacie, kroegdame USR - en Leen Istha - studente Nederlands recht - organiseerde zij in de tweede helft van de jaren dertig jarenlang elke vrijdagmiddag een theemiddag. Daar werd ( ook toen) wel wat lacherig overgedaan. Vergeet u echter niet, waarde leden, dat de meeste studenten in die tijd en zeker in de crisistijd heel weinig geld en mogelijkheden ter verpozing hadden. Deze theemiddagen werden een doorslaand succes.

Paardrijden, fietsen en ab actis SB<
Haar organisatie-ideeŽn kon ze goed kwijt op Unitas. Ze was actief bij Pegasus, de paardrijclub van USR. Ook was ze bestuurlijk actief voor de Wandel- fiets- en reisclub (WFRC) die tot 1960 en zeker voor WO II een bloeiend bestaan leidde. Begrijpelijk omdat veel studenten in het weekend niet naar huis konden gaan. Corry organiseerde twee jaar lang fietstochten met daarna koffie/thee/cake, voornamelijk naar Zeist. Mooie momenten om elkaar intiemer te ontmoeten. Zo konden toen met weinig middelen toch leuke en leerzame activiteiten worden ontplooid.

Als ab actis van het sociŽteitsbestuur moest zij (1938- 1940) notulen maken van de SBvergaderingen. Deze bijeenkomsten begonnen braaf om 21.30 uur met koffie. Deze brave drank werd na een kwartier ingewisseld voor wat anders. Als gevolg van bier en jenever werd het altijd erg gezellig, maar niet zo zakelijk; Corry dronk liever sherry of rode bessen - daar wordt men volgens haar niet dronken van. Om twee uur stopten de meeste SBvergaderingen. Opgevoed als plichtsgetrouw meisje notuleerde zij alles nauwgezet. "Laat die minder functionele onderdelen maar weg uit je verslag", zei de voorzitter. De ab actis: "Ja, maar jullie zwammen zo!"

De meisjes van de Gruyter
Eind jaren dertig was ongeveer tien procent van de USRleden vrouw. Elk jaar bleven vier ŗ vijf nieuwe meiden als lid hangen; dat was natuurlijk te weinig voor een volwaardige jaarclub.

In sommige studentensteden, zoals Leiden en Tilburg, zijn de primaire verbanden verticaal: men noemt deze disputen. In Utrecht zijn disputen verticale verbanden die vooral inhoudelijk verschillen, bv. een juridisch dispuut of een zangvereniging. Begrijpelijk dat in 1926 zestien vrouwelijke leden van Unitas een verticale verband voor vrouwelijke leden oprichtte. Zij noemden het Strigwaf Cabgyat: de zestien beginletters van hun voornaam. De dames hadden hun eigen kamer, de Hemel, op de bovenste verdieping van Symposion. Tot in de jaren vijftig was deze kamer echt Strigwaf-territorium, waar mannen als op Lesbos werden uitgestoten. De ruwste heren daarentegen kwamen bijeen in de kelder, de Hel. Het mystieke odium droeg er mede zorg voor dat vrouwen steeds serieuzer werden genomen op USR.

Een van de grootste landelijke supermarktketens was toen niet Albert Heijn maar De Gruyter. De Gruyter probeerde klanten te lokken met de leus: `Tien gulden besteed? Dan krijg je er ťťn terugí. Aangezien tien procent van de USRleden toendertijd vrouw was, werden zij in de jaren dertig regelmatig gekscherend `de meisjes van De Gruyterí genoemd, waarop een ondeugende manspersoon vroeg welke van de tien hij dan gratis kreeg...

Indisch recht en indologie
De studie Indisch Recht mocht je gaan studeren met een HBSdiploma (vergelijkbaar met een atheneum-diploma nu), voor de studie Nederlands Recht moest je voor de Tweede Oorlog een gymnasium eindexamen met voldoendes voor Latijn ťn Grieks hebben gehaald.Na de studie Indisch Recht kon je als rechter aan de slag in de gordel smaragd. De studie Indologie - toch net wat anders dan Indisch Recht - leidde je op tot hogere bestuurs-ambtenaren voor Nederlands-IndiŽ. O.a. Conny van de Cappelen, Rector Senatus 1940- 1941 studeerde Indologie.

De studies Indisch Recht en Indologie in Leiden waren ouder (1902) dan die in Utrecht. Daar hing een vrijzinnige, om niet te zeggen socialistische sfeer; wie vond dat IndiŽ onafhankelijk moest worden, ging in Leiden studeren. In 1925 werden de studies Indisch Recht en Indologie opgericht in Utrecht; daar hing een andere sfeer: Nederlands-IndiŽ en het moederland hadden elkaar nodig. Vooral de conservatieve hoogleraar F.C. Gerretson ( 1884-1958) deed zijn best op polemische wijze over de Leidse opleiding te schrijven. Deze prominente professor was ook een invloedrijk dichter en een bekend politicus, zo zat hij voor de CHU in de Eerste Kamer de Staten-Generaal.

Voor veel studenten was het een bewuste keuze of ze deze studie in Leiden dan wel Utrecht ging studeren - eenzelfde verschil zag men bij Theologie. Zo was de vader van Rector jhr. Conny van de Capellen een voorname resident in de Oost - het ware ondenkbaar geweest dat hij in Leiden indologie was gaan studeren.

De studie Indisch Recht werd in 1935 te Utrecht begonnen door 15 jongens en 4 meisjes: een hechte club. Af en toe werden er juridische colleges van Indisch en Nederlands Recht gezamenlijk gegeven, bv. oudvaderlands recht in het eerste jaar. Bij al deze colleges waren de voorste rijen standaard gereserveerd voor de leden van Utrechts Studenten Corps, die altijd als laatste luidruchtig binnen kwamen.

Bij Javaans recht leerde ze veel over de islam, het hindoeÔsme en het boeddhisme. Dat was erg relativerend in het toen zo rustige en verzuilde Nederland. Vergeet u ook niet, waarde lezer, dat niet een of ander Midden-Oosten of Noord-Afrikaans land het grootste moslimland ter wereld is, maar IndonesiŽ. Bij Indisch recht en Indologie leerden de studenten hoe ze het grote Nederlands-IndiŽ met de zeer veel culturen en religies konden besturen zodat iedereen er vrede met elkaar konden leven. Daar zouden de huidige wereldleiders nog wat van kunnen leren.

Haar latere echtgenoot, Karel van Oldenbeek, leerde ze bij Maleise taal, cultuur en Recht goed kennen. Karel was na zijn gymnasium eerst in militaire dienst geweest; in 1934 kon hij in Utrecht lid worden van Unitas en Nederlands Recht gaan studeren.

Strafrecht kreeg ze degelijk en doordacht van prof.Westra. Hij deed zijn best om Nederland goed te ordenen. Aan het begin van de oorlog werd hij NSBer, vervolgens burgemeester van `s Gravenhage. Corry heeft en van zijn zoons goed gekend. Hevig overtuigd van het gevaar van de communisten - we spreken niet over de koude oorlog, maar over het tijdperk Stalin - werd hij lid van de Waffen SS om Europa tegen het rode gevaar te verdedigen; hij sneuvelde in Rusland.

De meeste hoogleraren namen de tentamens mondeling thuis af. Toch wat anders dan met duizend studenten tegelijkertijd een tentamen in een enorme hal maken. Je had dus als student een hechte band met je hoogleraren. Prof. Nolst Trenitť woonde in Amersfoort, dus toog elke student daar heen - dat vond iedereen heel normaal. Prof. jhr. Hora Siccama was een aardige man die net als Corry erg van paardrijden hield.

USTV "De wereld is een speeltoneel; elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel."
Elk jaar vormde USTV, de toneelvereniging van USR een gedegen toneelstuk op, meestal een premiŤre. Deze werd dan ook opgevoerd in de Utrechtse stadsschouwburg. Deze toneelopvoeringen trokken veel bekijks en kregen ook vaak ruime aandacht en vrijwel altijd positieve recensies kreeg. Meerdere studentenverenigingen deden in de jaren dertig fervent en op hoog niveau aan studententoneel. Het dispuut van het USC, altijd in rood-wit-roze gekleed verdient hij nadrukkelijk ook vermelding.

De regisseur van USTV was in die jaren een echte, officieel erkende regisseur, Ad Hooijkaas. Op 10 december 1935 vond de premiŤre plaats van `All Godís chilluní (=children) got wingsí van de Amerikaanse dramaturg EugŤne OíNeill. Dat ging - hoe modern en politiek correct - over en blank meisje dat uit liefde met een neger trouwt - amor omnia vincit. Deze blanke schone werd gespeeld door Ans Jansen, later ab actis Senaat naast de welbekende Rector Senatus Meino Schrale (1937-1938). Corry vervulde een bijrol - Ďmijn primaire kwaliteiten lagen elders.í

De Radja
Zomer 1936 werd ze lid van de Novitiaatscommissie: "een mooie taak!". Een illustere figuur op Symposion die indruk op haar maakte, was mr.drs.Gerlings ( 1856 - 1940?). Gefortuneerd als hij was, heeft hij zich breed ontwikkeld, eh... twintig jaar gestudeerd. In het laatste kwart van de 19e eeuw - zijn volledige studententijd - was hij actief in de nihilistenvereniging en in en voor de Utrechtse Studenten Bond (ook wel `Het Bondí) genoemd, voorloper van USR. Hij kwam regelmatig op Symposion langs, bijna elke avond. "Er werd gekscherend wel eens gezegd dat de Radjah met USR was getrouwd. Vanwege zijn lange staat van dienst werd hij tot lid van verdienste van USR gepromoveerd. Vanwege zijn gelijkende verschijning met de radja van Bandoeng werd hij ook wel `de radjahí genoemd. Op zijn verjaardag organiseerde in de jaren twintig en dertig Senaat en SB van USR voor de radjah een groots diner ter sociŽteite waar hij graag zijn ervaringen en bijzondere verhalen vertelde over de oprichting van het Bond en Unitas (1876 - 1911) en zijn visie op Unitas (- 1936). Het diner en de receptie - dat Corry mee heeft georganiseerd - ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag werd groots aangepakt.

1936: het vijfde lustrum
In november 1936 bestond Unitas een kwart eeuw. Dit bijzondere lustrum werd groots en gretig gevierd. David Redeke schreef meerdere muzikale meezingnummers. Het thema was ĎLof der Zotheidí naar het geniale werk van de grote humanist Desiderius Erasmus Rotterodamensis. Dat thema grepen veel USRLeden aan om zich carnavalesk te gedragen.

Vijf dikke vriendinnen, w.o. Hanny van Milaan, Olga Frich en Corry van Baalen, kleden zich als de pasgeboren Canadese vijfling, een unicum. Het drama dat werd opgevoerd, uiteraard onder de bezielende leiding van wederom Ad Hooijkaas, heette ĎAlcibiades geredí, genoemd naar de vreemde, tragische Griekse held Alcibiades. In dit stuk mocht Corry het viswijf spelen.

Zwartje
In Nederlands-IndiŽ was ze gewend aan exotische dieren. Dat ze graag een grote hond wilde hebben als studente, mag ons niet verwonderen. Haar herdershond, Zwartje geheten, mocht zelfs 16 jaar oud worden. Begin 1941 - ze was bezig met afstuderen - verordonneerden de Duitsers dat alle honden moesten worden opgebracht; zij zouden de Duitse staat mogen dienen om landmijnen op te sporen en onschadelijk te maken, vooral aan het Oostfront. Als Zwartje deze wapenrok had moeten dragen, ware het onwaarschijnlijk dat het arme beest 16 jaar oud was geworden. Een sympathieke Duitse officier had medelijden met Corry en confisqueerde haar hond niet.

Zwangere meisjes en tijpen
Toen ze in 1941 afgestudeerd was als Indisch juriste kon ze vanwege de Tweede Wereldoorlog niet aan de slag in IndiŽ: ze was met haar specifieke universitaire studie immers primair opgeleid om hogere bestuursfuncties in IndiŽ te kunnen vervullen. Er zat niets anders op dan in Nederland aanvullende cursussen te volgen: ze ging een aantal administratieve opleidingen volgen, o.a. steno en tijpen. Dat laatste woord spreekt ze heel bewust uit met een lange ij en niet met een y-grecque.

In 1943, na 1,5 jaar werken, huwde ze Karel van Oldenbeek die ze goed kende van Unitas. Hij kreeg eerst een betrekking in Leeuwarden en vlak daarna in Assen. In de sobere oorlogsjaren betekende dit kost en inwoning bij anderen. Ze waren verheugd dat ze in juni 1944 eindelijk een eigen woning kregen. Helaas was de vreugde van korte duur omdat reeds in september 1944 hun huis werd gevorderd door de Duitsers om er hordes zwangere meisjes van Pruisische militairen onder te brengen.

Het verzet
Haar echtgenoot was een van de sleutelfiguren van het verzet in Noord-Nederland. Als hoofd van de Geheime Dienst Nederland, de GDN, was zijn codenaam Toon II. Het scheelde weinig of hij had de oorlog niet overleefd. Toon III (in het burgerleven dhr. Smallenbroek geheten) werd opgepakt en gefusilleerd door de Duitsers (april 1945)[4].

In de Senaat van Unitas 1938 zat ook Joop - "Jopie" voor intimi - Harmsen. Hij werd na zijn afstuderen arts te Haren, een mooi dorp nabij Groningen, een soort Wassenaar van het Noorden. Zijn vrouw, ook USR, werd daar dominee. Jopie was een van de medewerkers van mr. Karel van Oldenbeek bij de GDN. Tragisch genoeg is Jopie 8 maart 1945 gefusilleerd als represaillemaatregel voor de mislukte aanslag op de Duitse nazi Hans Rauter, hoofd van de Nazipolitie in Nederland.

Een ander, heel bekend USRlid dat noemenswaardige eer verdiend voor zijn verzetswerk is de heer Conny van de Cappelen, voormalig student indologie te Utrecht, Rector Senatus 1940- 1941 en oprichter van het College der Ephoren 1941- 1943. Hij sneuvelde eind 1945 in Nederlands-IndiŽ.

> Aangezien haar man als magistraat ondergronds verbleef, werd zij als represaillemaatregel door de moffen ondervraagd, gemarteld en uiteindelijk, omdat ze niets los liet, afgevoerd naar een concentratiekamp. In een sobere beestenwagen werden zo meerdere vrouwen, Joden en verzetsstrijders een paar dagen en nachten naar de plaats hunner bestemming gebracht. Corrie hield de moed erin voor haar medegevangenen en zichzelf door veel te zingen - de opbeurende en bindende meerwaarde daarvan had ze op USR geleerd.

Zij was gezond genoeg, dus mocht ze blijven leven (sic transit gloria mundi)... Ze werd te werk gesteld in een fabriek die onderdelen moest maken voor V2raketten. Men moest daar twaalf uur achtereen slavenarbeid verrichten: de ene week van 6.00 tot 18.00 uur overdag, de andere week van 18.00 uur `s avonds tot 6.00 uur `s ochtends. Op 13 april 1945 werden zij bevrijd door het 5e Amerikaanse leger: "wat waren wij blij dat we niet door de communisten zijn bevrijd!"

Na een week wachten werden dertig overlevende vrouwen uit Friesland, Groningen en Drenthe met vrachtwagens naar hun provincie van herkomst gebracht. Haar man Karel zat ondergedoken op een boerderij in Smilde. Het toeval wil dat Assen, door de Canadezen, ook op 13 april 1945 is bevrijd. Haar vader, Wouter van Baalen, geboren op 22 november 1886 te Utrecht, overleefde de Jappen helaas niet en overleed aan zijn verwondingen op 25 november 1944. Hij ligt begraven op het ereveld Kalibanteng bij Semarang op Java.

Haar echtgenoot klom na de oorlog op tot hoofdofficier van justitie te Assen. Bij de rechterlijke macht werkte van oudsher veel adel. In en vlak na de oorlog was baron van Dedem zijn baas. Karel kon het goed vinden met Jhr. Mr. De Ranitz - die werkte als volontair: heel chicque, zo kon men zijn onafhankelijkheid bewaren. De Ranitz was oprecht anti-Duits; zo erg dat de naziís hem interneerden in het bekende kamp Vught.

Waar zouden we zijn zonder regels?
Vlak na de oorlog kregen Karel en Corry hun eerste kind. Vanwege de ongezonde voeding en leefsituatie - de ene dag koolraap, de andere dag bieten - werd hun eersteling treurigerwijs geboren met spina bifida. De arme baby, een van de naoorlogse slachtoffers van de Duisters, heeft maar kort geleefd. Hierna kregen zij nog drie kinderen: Francine, Reinier en Freek en zeven kleinkinderen. Naast haar drukke werkzaamheden voor haar gezin is zij dertig jaar bestuurslid geweest van de volleybalbond. Toen ze merkte dat sommige clubs met meer of juist minder dan zes spelers volleybal speelden, greep ze duidelijk in: "Gewoon met zes man spelen: waar zouden we zouden zonder regels? Ongelijkheid en chaos zouden het gevolg zijn!"


Pro Unitate,
15 augustus 2009, de dag dat we de capitulatie van Japan herdenken,

Pim Walenkamp


[1] F.J.M. Otten, 'Jonge, jhr. Bonifacius Cornelis de (1875-1958)', in Biografisch Woordenboek van Nederland (Den Haag, 1979)
[2] S.L. van der Wal, 'Tjarda Van Starkenborgh Stachouwer, jhr. Alidius Warmoldus Lambertus (1888-1978)', in Biografisch Woordenboek van Nederland (Den Haag, 1979)
[3] Is er wellicht een student of voormalig USRlid dat zoín CreaBea is, hij/zij vereeuwige USR van nu!
[4] Hans van der Wiel, Assen `40 - `45: oorlog en bevrijding (1995), p.127